Waterschappen heffen eigen belastingen om hun taken uit te kunnen voeren: zorgen voor sterke, veilige dijken, voor de juiste hoeveelheid water van goede kwaliteit en het zuiveren van rioolwater. Dankzij de opbrengsten van deze belastingen, die ieder huishouden en elk bedrijf betaalt, worden de waterschapstaken door de waterschappen zelf bekostigd en hoeven noodzakelijke investeringen in het waterbeheer niet te concurreren met andere overheidsuitgaven.

De meeste waterschappen leggen hun aanslagen in februari en maart op. In dezelfde periode publiceren de waterschappen cijfers en achtergrondinformatie van hun belastingen.

> Ga naar het Belastingendashboard in WAVES

> Raadpleeg de data in de WAVES databank

Verschillende soorten belastingen

De waterschappen hebben 4 verschillende belastingen.

  1. Watersysteemheffing: deze heffing draagt de kosten van waterveiligheid en van voldoende en schoon oppervlaktewater.
  2. Zuiveringsheffing: met de opbrengst van deze heffing dekken de waterschappen de kosten voor het zuiveren van het rioolwater.
  3. Verontreinigingsheffing: deze heffing betalen bedrijven of particulieren die hun afvalwater direct op het oppervlaktewater lozen.
  4. Wegenheffing: deze heffing wordt gebruikt voor de kosten van de wegentaak (vaak wegen op dijken) die 5 van de 21 waterschappen hebben.

Kosten van het waterschapswerk

De opbouw van de kosten geeft een goed beeld van wat de waterschappen met het belastinggeld doen. Van de kosten van de waterschappen gaat:

  • 39% naar de zuivering van rioolwater
  • 28% naar activiteiten in watersystemen
  • 13% naar het beheer en onderhoud van waterkeringen
  • 20% naar overige activiteiten